Sinds kort is onze jongste zoon uit huis. Opeens was het moment gekomen dat hij zijn vertrek aankondigde, dat ons, al hadden we het lang tevoren zien aankomen, toch overviel. De kamer die hij had gevonden was klein, maar gunstig gelegen in de stad en per direct beschikbaar. Niet lang daarna verzamelde hij zijn spullen, we pakten alles in de auto en brachten hem naar zijn nieuwe plek. Toen we terugkwamen voelde het thuis anders, stiller, leeg.
‘De Tijd met zijn metalen stem / Heeft maar één enkel woord: Voorbij!’ dicht Albert Verweij. Hij heeft gelijk – het is niet moeilijk om het leven te zien als een opeenvolging van momenten, gebeurtenissen en periodes met als gemeenschappelijke kenmerk hun eindigheid. Dat geldt voor allerlei ervaringen, groot en klein. Van de wieg tot het graf: alles vertrekt zich in een cyclus van opgaan, blinken en verzinken. Soms is het fijn dat iets voorbij is, soms een grote opluchting, soms stemt het weemoedig, boos of verdrietig.
Zoomen we wat verder uit, dan speelt ook daar Voorbij in allerlei gedaantes een rol van betekenis. In het georganiseerde leven: samenwerking, opdrachten en projecten gaan voorbij. Teams kennen bloeiperiodes, die op zeker moment voorbijgaan en kunnen overgaan in stagnatie, conflict en gedoe. Organisaties kunnen voorbij zijn. Samenlevingen, ja hele beschavingen gaan voorbij. Nu de realiteit van klimaatverandering voelbaar en zichtbaar wordt, is de wereld zoals we die kenden misschien wel onomkeerbaar voorbij.
Interessant is dat wat feitelijk voorbij is, dat in de geleefde werkelijkheid beslist niet hoeft te zijn. Denk aan een reorganisatie waarover het chagrijn nog jaren doorzeurt. Een fusietraject, waarna beide partijen krampachtig aan de eigen identiteit vasthouden. Een team, dat na het vertrek van een krachtige en gewaardeerde leidinggevende maar niet kan wennen aan diens opvolger. Een medewerker die, na een leven lang voor hetzelfde bedrijf te hebben gewerkt, in een bezuinigingsoperatie ‘boventallig’ wordt verklaard, in een conflict raakt en zonder afscheid vertrekt.
Wat mij fascineert aan al dat Voorbij in soorten en maten is dat we er zo gemakkelijk aan voorbijgaan. Dat geldt evengoed voor het kleine, onbeduidende als voor het grote, betekenisvolle Voorbij. In onze haastige en jachtige cultuur passeert van alles, zonder dat we de tijd hebben of nemen om er echt bij stil te staan. Voorbijgaan aan iets is makkelijker dan traagheid, die we zijn we ontwend. Vertragen vraagt om tegen de stroom ingaan en het aangaan van ongemak. ‘Een vrijwillige crisis’, noemt filosoof Cornelis Verhoeven het. ‘Langzaamheid is standvastigheid, lankmoedigheid, geduld, bereidheid om te lijden aan de dingen die daar zijn waar we zelf ook zijn’.
Als begeleider van verandering op individueel, team of organisatieniveau is het de kunst om niet zomaar aan het Voorbij voorbij te gaan. Dat vraagt eerst en vooral om een scherp oog te hebben voor Voorbij dat maar niet voorbij wil zijn. Om stil te zetten wanneer er onaf Voorbij is, dat in de weg staat om verder te gaan. Te helpen om afscheid te nemen, af te sluiten of een streep te zetten onder het verleden. Aan te moedigen nog eens wat na te denken over het Voorbij. Tijd te nemen en niet zomaar voorbij te gaan aan wat aandacht verdient.
Dat laatste simpele maar niet zo eenvoudige advies probeer ik deze dagen toe te passen. Ik wentel me in mijn ‘vrijwillige crisis’, mijmer, wandel wat door het huis, schrijf een blog, herlees het prachtige Vertrek van dochters van de Groningse dichter Rutger Kopland.
‘Ze moesten inderdaad gaan. Ik had het gezien
aan hun gezichten die langzaam veranderden
van die van kinderen in die van vrienden,
van die van vroeger in die van nu.
(…) Nu ze weg zijn kijk ik uit hun ramen en zie
precies datzelfde uitzicht, precies die
zelfde wereld van twintig jaar her,
toen ik hier kwam wonen.’