[ivory-search id="106" title="Custom Search Form"]

Ruimte-creërende kritiek

25 oktober 2025
Auteur(s): Gertjan Schuiling

Als kritiek rond een verwijt is opgebouwd, is de reactie meestal defensief. Toch hebben we kritiek nodig om ons denken verder te ontwikkelen. Hoe kritiek te geven die wederkerig ruimte biedt om elkaars denken verder te brengen?

Recent deed collega Jaap van ’t Hek stevig zijn beklag over het adviesvak. Hij begint zo: ‘Wij zitten bij geen publieke discussie aan tafel.’ Zijn kernpunt is dat wij adviseurs geen kritiek uiten, ‘niet op vakgenoten, niet op publicaties die oude wijn in nieuwe zakken doen, niet op gepsychologiseer, op modieuze luchtballonnen (…) Wij falsificeren niet, polemiseren niet, gaan geen debat aan, wijzen elkaar niet op denkfouten. Wij denken dat respect en conflictvermijding bij elkaar horen. Wij zijn een discipline zonder discipline. Is het gek dat onze omgeving ons niet zo bijster relevant vindt?’
Nu doet zich al dertig jaar eenzelfde situatie voor in de wereld van actieonderzoek. Dit vakgebied is uiteengevallen in tal van varianten: participatief actieonderzoek, appreciative inquiry, reflexief onderzoek en zo nog zeker 15 andere. Op een congres van ISEOR in Lyon in 2016 formuleerde ik als kritiek dat we zo nooit verder komen dan praktijkontwikkeling, terwijl kennisontwikkeling toch ook een doel van actieonderzoek is. En de kennisontwikkeling staat al 40 jaar stil. Het laatste grote werk is Action Science van Argyris, Putnam en McLain Smith uit 1985. Tijdens de lunch werd ik gecorrigeerd door David Coghlan. Wist ik dan niet dat actieonderzoek ‘een familie van modaliteiten was’? Die formulering was me inderdaad ontgaan. Toen ik de artikelen las die dertig jaar geleden die definitie voorstelden, bleek men daarmee juist de samenhang van de familie te willen onderstrepen. Die artikelen waren een groot pleidooi om van elkaar te leren. En daar kwam al dertig jaar niet veel van terecht. Actieonderzoek werd een familie waar niemand over de grenzen van de eigen modaliteit heen met elkaar sprak.

Dat kunnen actieonderzoekers zich echter niet permitteren. Want het doel van actieonderzoek is een vorm van onderzoek te zijn die zowel relevant is voor de praktijk als voor de wetenschap. Daar is veel behoefte aan. Zij ontleent haar startvragen aan mensen in de praktijk. Omdat betrokkenen hun probleem vaak uiteenlopend interpreteren, is de eerste opgave voldoende overeenstemming te vinden om samen aan de slag te gaan. En omdat het probleem vaak inhoudelijk en relationeel complex is, doen zich interessante mogelijkheden voor al handelend nieuwe inzichten op te doen. Impact van actieonderzoek vatten we op als een dynamisch proces van betekenisgeving die ontstaat tussen betrokkenen: onderzoekers, uitvoerende professionals, beleidsmakers en anderen.

In mijn leergang Actieonderzoek voor Veranderaars aan de Vrije Universiteit nodigde ik daarop vertegenwoordigers van zes modaliteiten uit om in de ochtend hun modaliteit met de deelnemers te bespreken. Elke modaliteit bevat ideeën en werkwijzen die inspiratie en enthousiasme oproepen. Met de deelnemers sprak ik na en dan zochten we samen naar samenhang tussen de modaliteiten. Soms vonden we iets. Een keer was er de vraag: ‘Waarom heet één modaliteit participatief actieonderzoek? Bestaan er dan ook niet-participatieve vormen van actieonderzoek?’ Nee: elk actieonderzoek nodigt uit tot participatie. Zo ontdekten we dat dit ook voor veel andere modaliteiten geldt: ze benadrukken een algemeen aspect van elk actieonderzoek als een uniek kenmerk van zichzelf. Dit gesprek leidde tot het idee uit elke modaliteit een grondbegrip te halen.

Ik nodigde Ronald van Steden van de VU en Jan Sanne Mulder van Hogeschool Inholland uit samen een bundel te maken Impact met actieonderzoek. We verzamelden zes grondbegrippen: onderzoeken, waarderen, participeren, veranderen, ontwerpen en reflecteren. We schreven eerst een kritische beschouwing over elk grondbegrip. Nu hoeft geen modaliteit zich aangevallen te voelen als we kritische kanttekeningen bij haar grondbegrip plaatsen. De inleidingen bleken een kennisruimte te creëren waarin vele actieonderzoekers aan de bundel mee wilden werken. En bereid waren inhoudelijk in te gaan op de kritiek die de redactie op hun concepttekst formuleerde. Respectvol, maar ook uitdagend, prikkelend om het eigen denken verder te ontwikkelen. Net zoals elk actieonderzoek dat doet: een communicatieve ruimte scheppen waarin betrokkenen met al hun verschillende belangen en visies toch samen onvermoede mogelijkheden realiseren.

In de 19 casestudies wordt nu duidelijk welke impact actie kan bereiken: obstakels bespreekbaar maken en doorbreken, samen leren en ontwikkelen, leefomstandigheden verbeteren en tot nieuwe modellen en concepten komen.

Een van die casestudies gebruikt het begrip epistemische ruimte. In goed Nederlands kun je dat ook kennisruimte noemen, episteme is het oud-Griekse woord voor kennis. Het gaat dan om de ruimte om zich te verstaan met andere soorten kennis, zoals ervaringskennis, kennis van andere professies, beleidskennis en wetenschappelijke kennis. Het is een ruimte waarin kritiek gegeven en ontvangen kan worden. Sterker: goed geformuleerde kritiek creëert een dergelijke ruimte.

Misschien is kritiseren ook een grondbegrip waarover we meer kennis moeten zien te ontwikkelen. Zou het adviesvak daar een bijdrage aan kunnen leveren? Als je naar de huidige verkiezingsdebatten luistert valt er nog een wereld te winnen als het gaat om de kwaliteit van kritiek geven. Veel ruimte wordt er nog niet gecreëerd.