De East Side Gallery in Berlijn is een 1,3 kilometer lang restant van een zwaarmoedig verleden. Alles ademt er de sfeer van hoop, die was opgevlamd in de jaren na de val van de Muur op 9 november 1989. Het communisme was verslagen, de geschiedenis ten einde. Ik weet nog goed dat ik er liep, langs de graffiti vol vrolijk uitbundige beelden en teksten. Plotseling was mijn oog gevallen op die ene spreuk, die me liet stilstaan om te herlezen en op me in te laten werken. ‘Viele kleine Leute / die in vielen kleinen Orten / viele kleine Dingen tun / können das Gesicht der Welt verändern’. Afrikaanse woorden op een Duitse muur. Valse geschiedschrijving of niet, het voelde als een ideaal om in te geloven.
Nu er deze dagen voortdurend nieuwe bladzijden worden geschreven van een hoofdstuk van grote griezelige geschiedenis, moet ik vaak terugdenken aan dat moment in Berlijn. Dan bekruipt me een gevoel van onmacht en twijfel. Kunnen we als ‘kleine Leute’ nu werkelijk tegenwicht kunnen bieden aan de macht van de grote leiders? Kunnen al die ‘kleine Dingen’ opboksen tegen de grote gebeurtenissen van deze tijd? Anders gezegd: heeft het Kleine wel iets te betekenen in vergelijking met het Grote?
Op allerlei vlakken legt het kleine het inderdaad af tegen het grote. Klein is niet sterk en maakt meestal weinig indruk. Voor je het weet is het Calimero-klein: zij zijn groot en dat is niet eerlijk! Klein valt niet op en wordt gemakkelijk over het hoofd gezien. De logische conclusie is dan dat er niets van betekenis gebeurt. Dat bevestigt weer het idee dat het kleine niets voorstelt. Zo raakt het kleine gemakkelijk vermalen in een spiraal van zich zelfbevestigende opvattingen.
Kun je er ook anders naar kijken? Dat vraagt mijn collega altijd als iets al te vanzelfsprekend waar lijkt te zien. De afgelopen weken deed ik mijn best er speciaal op te gaan letten. Wat valt er te zien als ik wat meer oog probeerde te hebben voor het kleine? Het eerste wat me opviel waren de kleine maar betekenisvolle momenten. Denk aan een gebaar, een stembuiging of soms zelfs een paar woorden. In die ogenschijnlijk onbeduidende dingen ligt niet zelden een wereld van betekenis verscholen, net zoals in een druppel de zee zit. Je zou dit de momenten van ‘kleine alledaagsheid’ kunnen noemen, waar je onderweg naar het volgende, gemakkelijk aan voorbijgaat.
Dan is er de categorie van kleine handelingen die te typeren zijn als ‘het kleine goede’.
Een pannetje soep brengen bij je zieke buur. Vrijwilligerswerk doen. Geld inzamelen voor een goed doel. Er zijn talloze manieren om je belangeloos in te zetten voor een ander, de buurt of een doel waar je hart naar uitgaat. Klein als deze acties zijn, hebben ze een grote werking. Het is het onzichtbare weefsel dat de samenleving bij elkaar houdt.
Een derde verschijningsvorm van het kleine is de zogenaamde ‘microrevolutie’, een door schrijver Sinan Ḉancaya gemunt begrip. Het gaat om situaties waarin je je uitspreekt tegen de macht, opkomt voor een ander die alleen staat of een misstand aankaart. Een microrevolutie is een moment waarop het gebruikelijke ter discussie komt te staan. Het komt aan een norm, een werkwijze, een manier van doen, een gewoonte, kortom: de status quo, het “zo doen we het nu eenmaal”.
De geschiedenis kent talloze inspirerende voorbeelden van microrevolutionairen. Denk aan: Rosa Parks, die weigerde op te staan in de bus. Greta Thunberg, die spijbelde van school om te protesteren tegen het gebrek aan actie voor het klimaat. Ze laten zien dat er grote kracht uitgaat van degene die zichzelf durft uit te spreken voor een ideaal.
Alles overziend is het kleine veel aanweziger dan op het eerste gezicht lijkt. De zwakte van klein kan evenzeer de kwaliteit zijn. Wie niet sterk is moet slim zijn. Wie niet opvalt, kan onder de radar ongezien zijn gang gaan. Geen indruk maken, is niet een zwakte van klein, maar een onvermogen om het kleine te zien en op waarde te schatten.
Het is zo onbeduidend nog niet, de optelsom van al deze verschijningsvormen van het kleine. Dat is hoopgevend in de transitie waar we in zitten. Tegelijk is het zo dat alleen maar alleen is, een enkel initiatief een stille dood kan sterven en allemaal losse individuen niet zomaar de goede kant op bewegen. Wat dragen we vanuit onze professie bij aan het kleine? Ik denk dat we al veel werk doen en dat er nog een groot potentieel ligt om verder te ontdekken. Niet door te vervallen in de reflex het kleine groot te maken. Ik denk veel meer aan: het steunen en bemoedigen van degenen, die zich inzetten voor de goede zaak. Aan het zien, zichtbaar maken en verbinden van kleine initiatieven en acties. In het helpen bouwen van ontmoetingsplekken. In het begeleiden van moedige gesprekken over lastige vraagstukken.
We kunnen het kleine meer gaan zien, waarderen en koesteren. Mijn hoop is dat dat eraan mag bijdragen dat we het gezicht van de wereld ten goede kunnen veranderen.