Tijdens de millenniumwisseling (1999-2000) nam ik deel aan een tentoonstelling in kunstenaarsinitiatief de Paraplufabriek in Nijmegen. Mijn bijdrage bestond uit een installatie(1): een 3 x 4 meter grote fotoprint van een persoon, naakt, zittend in een zinken badkuip in een Aziatisch hutje aan een wilde rivier, daarop een diaprojectie van een gevallen persoon met dichte ogen, haren wijd uitgespreid om het gezicht. Op de standaard van de diaprojector een doosje(2) met tekst waarvan hierboven een foto. Titel: Searching for a Neutral Face (zuiveringsinstallatie).
Het werk was een uitnodiging om de systeemverstrikkende, maatschappelijke en academische illusie van neutraliteit te bevragen. In hoeverre heeft de mythe van neutraliteit bijgedragen aan de dynamiek waarin we ons in bevinden? Het was en is geenszins mijn bedoeling om deze vraag op te lossen, maar om de vraag in ons midden in conversatie te houden.
Organisatiekundige interventies en adviezen hebben betekenis in context. Je daarin neutraal opstellen lijkt een voorwaarde om objectief te kunnen waarnemen wat er speelt. Maar is dat ook zo? Of heeft dit ons decennialang afgehouden van kijken voorbij aan wat we weten of kunnen en willen bevatten. In hoeverre houdt de overtuiging neutraal te moeten zijn afzijdig van wat er speelt? Vervreemd het van de fijnmazige complexiteit van situaties, maakt het blind voor een veel groter web van systemische samenhang. Neutraliteit faciliteert onverschilligheid en onverschilligheid werkt agressie in de hand. In mijn perceptie veroorzaakt de mythe van neutraliteit dat organisatieadviseur een organisatie en governance in wordt gezogen, gericht op het verbeteren van de organisatie als op zichzelf staande entiteit(3). Met hier en daar wel iets van omgevingsbewustzijn, maar zich slechts fragmentarisch verhoudende met het veel wijdere trans-contextuele(4) van de werkelijkheid. Wiens brood men eet wiens taal men spreekt. Waar draag je aan bij als je bij wilt dragen?
Hoe kunnen we ons met de complexiteit van situaties verbinden en compassie hebben met de hele situatie? De Joodse journaliste Natasha van Weezel beschrijft in haar boek ‘Hoe houd je je hart zacht? (5)’ hoe ze in het radicale midden probeert te blijven in het zich verhouden met de Palestijns-Israëlische kwestie. Waar het verschilzicht overweldigend is en waar schrijnend duidelijk wordt dat een neutraal standpunt illusoir is. Het radicale midden gaat niet alleen voorbij aan een neutraal facen van wat er speelt maar gaat ook voorbij aan de vele roeptoetsers die, met blog en tweet als vervoermiddel, op een zekere ondertoon van arrogantie in rap tempo hun beter weten verkondigen en in één beweging nuance denigreren als geen standpunt innemen. In het radicale midden krijg je geen likes op je posts en geen bevestiging voor je sociaal wenselijk bestaan. Het is een geheel ander discours, een discours tegen beter weten in. Een ruimte waar zich humane responsen kunnen vormen. Omdat ze niet gemotiveerd zijn door een zelfgericht gehoord willen worden, maar gemotiveerd zijn door willen luisteren naar alles wat gehoord moet worden, ver voorbij eigenbelang. Het is een ruimte die mensen kunnen nemen; getuige blijven en zich inleven in wat onvoorstelbaar is. Het is ‘staying with the trouble’. Volgens Donna Harraway(6) een noodzakelijke houding om respons te kunnen vormen.
‘Staying with the trouble’ is de plaats waar je stilvalt in het aangezicht van. Waar je getuige bent van waar de mens toe in staat is en wat daaruit voortkomt zoals de kunstenaar Joseph Beuys(7) zegt. Ten goede en ten kwade. Het ligt in het menselijk vermogen om zo’n ruimte in te nemen, voorbij aan reactiviteit. En op grond van fiere compassie respons te vormen en te geven. Ambachtsschool collega Danielle Zandee noemt dit ‘eigenzinnige betrokkenheid’. Het activisme van deze tijd vraagt werk in het laboratorium van je eigen geest, vraagt om in te zien hoe alles onderling samenhangt, vraagt om de wijsheid van onderscheidend vermogen. En vraagt om deze opmerkzaamheid in conversatie te brengen(8). Onbevangen, vrijmoedig en met open ogen in alle richtingen. In het engels heet dit responsive service.
noten
1. Kunstjargon voor werk wat uit verschillende media bestaat.
2. Een doosje met gereedschap om een geweer schoon te maken.
3. Kaulingfreks R. (2020) Ni Dieu ni Maître. Waardenwerk Journal of Humanistic Studies nr 80.
4. Bateson G. (1971) Steps to an Ecology of Mind, University of Chicago Press.
5. van Weezel, N. (2024) Hoe houd je je hart zacht?, een pleidooi voor het radicale midden in tijden van oorlog, Atlas contact.
6. Haraway D. (1985, 2022) Een cyborg manifest,wetenschap, technologie en socialistisch feminisme aan het eind van de 20e eeuw, ISVW en Haraway D. (2016) Manifestly Haraway, University of Minnesota Press.
7. Beuys J. Harlan, V. (1988) In Gesprek Met Beuys. Vrij Geestesleven.
8. M. Glaudemans (2024) Respons-ability, Hoe om te gaan met de complexe systemen die we nota bene zelf creeren?, een conversation piece, IJzer.