[ivory-search id="106" title="Custom Search Form"]

De goede dieren in ons

25 september 2024
Auteur(s): Gertjan Schuiling

Pierre Bokma legde in Zomergasten een theorie voor over de menselijke conditie die hem in zijn leven en werk oriëntatie gaf. Hij ontleent deze theorie aan de Australische bioloog Jeremy Riffith. Die spreekt van een strijd tussen instinct en bewustzijn. Het menselijk bewustzijn ontstaat zo’n 2 miljoen jaar geleden met de groei van de hersenen en het zenuwstelsel. Het bewustzijn wil verklaren en experimenteren. De instincten reageren afwijzend en zeggen: ‘Volg nu toch gewoon de richtlijnen die wij je geven’. Het bewustzijn blijft nieuwe dingen uitproberen, maar voelt zich nu schuldig en wordt defensief en egocentrisch en hunkert naar macht om die frustratie weg te duwen. Bokma vond dat onnodig. Zijn oplossing was dit conflict te onderkennen en een multifocale ervaringswijze te ontwikkelen, waarin je zowel dichtbij (instinct) als veraf (bewustzijn) kunt kijken.
Dit boeide mij omdat ik in mijn advieswerk een ervaringswijze heb ontwikkeld waarin lichaamsdelen meedoen aan de innerlijke dialoog over wat speelt hier en wat staat me te doen. Bijvoorbeeld een enkel die protesteert als de opdrachtgever te hard voor me uitloopt. Of het middenrif dat me waarschuwt dat de groep die ik begeleid me het mailtje dat ik nu aan het typen ben ernstig zal kwalijk nemen. Deze innerlijke meerstemmigheid hielp mij actoren die elkaar in de organisatie klemzetten daar een uitweg uit te laten vinden. Het opmerken van en in gesprek gaan met mijn lichaam resulteert in een ontspannen objectiviteit. Mijn stress nam significant af. Minder conflict tussen instinct en bewustzijn, in de woorden van Bokma.
Ik heb hierover twee casestudies gepubliceerd, zelf geïnspireerd door het werk van de Duitse schrijver, filmmaker en tv-producent Alexander Kluge. Hij stuurde mij een commentaar op mijn enkelartikel, ik had het voor hem in het Duits vertaald. Dit is de eerste alinea:

Wat is “menselijk”?
Als mensen verbeelden we ons dat we noch machines noch dieren zijn. Ook geen schimmels en bacillen. Feitelijk zijn we, geloof ik, amfibische wezens. We zitten diep in de evolutie, dat wil zeggen in het dierenrijk waar we uit voortkomen. Dit betekent niet dat we lijken op een wolf of een schaap. Onze wortels liggen dieper en gaan veel verder terug. Maar binnenin ons beheren we dieren. Adem, bijvoorbeeld, is een eigenzinnig dier. Het dwingt de suïcidale persoon die zichzelf in het water wil verdrinken om op het laatste moment op te duiken. Dat zeg ik niet, dat zeggen fysiologen. De adem is slimmer dan het hoofd.   

Hij spreekt van een kudde ‘innerlijk dieren’ en gaat naast de adem ook in op de huid en het oor. En sluit dat stukje met de zin:

Hoe hoogmoedig is het om tegenover deze dieren te zeggen: wij mensen behoren niet tot het dierenrijk.

Hij haalt Adorno aan, die na Auschwitz vond dat we alle hoogmoed moeten loslaten en dat ons moreel niet meer overblijft dan zo te leven dat je geloven mag een goed dier te zijn geweest. Het voordeel van het spreken van je ‘innerlijke dieren’ is dat je de taal van organen loslaat. Want orgaan betekent werktuig en suggereert dat ons Ik heer en meester is over het lichaam als een geheel van werktuigen.

Maar wat is nu een goed dier, moreel gesproken?  In een verbluffend Japans onderzoek blijkt dat Japanse palingen soms weten te ontsnappen uit de maag van een roofdier. De paling gaat in de maag op zoek naar de dichtstbijzijnde uitgang en duwt zijn staart door de slokdarm. De slokdarm heeft een open verbinding met de kieuwspleten. Om deze te vinden zwiepen zij hun staart in het rond. Zo lukt het hun de uitweg te vinden. Wanneer de staartpunt uit de kieuw steekt, trekt de paling zich als een kurkentrekker samen om zijn kop te bevrijden uit de maag. Daarna zwemt de paling levend weg. Er zijn ook palingen die de verkeerde uitgang uit de maag nemen, de darm in. Die overleven het niet. Bovendien mag dit hele zoekproces niet langer dan drie minuten duren, want dan bezwijken ze door het maagzuur en het gebrek aan zuurstof.
Wat staat hier voor de paling op het spel? Zijn leven, zijn vrijheid. Adorno maakt zijn opmerking dat de hoogste morele maatstaf is een goed dier te zijn aan het eind van zijn hoofdstuk over vrijheid. De paling herwint zijn vrijheid door te doen waar hij van nature goed in is: zwiepen met zijn staart en zich samentrekken.
Wij doen er goed aan vertrouwen te ontwikkelen in onze innerlijke dieren. Zij helpen een uitweg te vinden als je klem zit door te doen wat zij van nature doen. Zo verrijken zij ons bewustzijn met de bijbehorende professionele kennis en ervaring.

Bronnen
Adorno, Th. W. (2014). Negatieve dialectiek. Klement.
Negt & Kluge (2023) Eigenzinnigheid, werk en geschiedenis. Amsterdam: Boom.
NRC (21-09-2024, W15) Opgeslokte paling ontsnapt via de kieuw.
Schuiling, G.J. (2020). Een enkel maant tot kalmte. Een narratief experiment. M&O, Tijdschrift voor Management en Organisatie, 74(4), 20-31.