[ivory-search id="106" title="Custom Search Form"]

Ik heb een fascist vanbinnen, maar we laten het de pret niet drukken 

25 maart 2025
Auteur(s): Jelger Spijkerboer

In een tijd waarin de nieuwsberichten over rampspoed elkaar opvolgen grijpt het velen van ons naar de keel. Ik kreeg al van verschillende kanten de oproep: laten wij in onze eigen kring alsjeblieft het goede blijven doen, juist omdat de wereld daarbuiten in de fik staat. De vraag is dan natuurlijk: wat is het goede doen? Ik was bij de nieuwste voorstelling van Tim Fransen en deed daar inspiratie op voor het omgaan met die vraag. En zou dat ook de essentie van professionaliteit kunnen zijn?

Tim Fransen is filosoof, psycholoog en cabaretier. Een interessante combinatie. Vanuit die combinatie altijd op zoek naar de balans tussen entertainment en engagement. In die zoektocht ligt misschien ook wel zijn kernboodschap rondom de vraag; hoe doe je het goede?
In zijn nieuwste voorstelling ‘Onbekommerd’ neemt hij ons mee naar zijn bezoek aan Auschwitz en het besef dat de mens tot zoiets gruwelijks in staat is. Hij vertelt over de vijf uur durende rondleiding en hoe daarin de walging over wat daar te zien is langzaam verandert in een gevoel van morele superioriteit van de bezoekers. Nee, zo zijn wij niet, zoiets zouden wij nooit doen.

Ik heb een fascist vanbinnen

Dan komt zijn kernboodschap. Fransen stelt: ik heb een fascist vanbinnen. En dat hebben wij allemaal. De makkelijke weg is om een houding aan te nemen van morele superioriteit. Daarmee een wij – zij te creëren waarbij jij aan de goede kant staat. Dan kun je je op gepaste afstand kwaad maken over alles wat er niet goed is in de wereld en daar je mening over geven. Hij stelt dat het pijnlijke besef zou moeten zijn dat er een fascist in eenieder van ons zit. Dus we moeten niet de houding aannemen van ‘wij staan aan de goede kant’, maar onderzoeken hoe onze eigen slechte kant meespeelt, en hoe wij zelf eigenlijk bijdragen aan de problemen in de wereld. Zelfreflectie op eigen handelen en moreel kompas dus.
Als je daarin al te ver doorslaat kun je ook terecht komen in een modus waarin je je extreem druk maakt over al het leed van de wereld en over jezelf en je eigen rol daarin. Dat kan onbedoeld vastzetten. Zowel in opvattingen over anderen als jezelf. Over anderen ga je al te snel moraliseren. Over jezelf is het nooit goed genoeg. Als je de problemen in de wereld serieus neemt, dan doe je zelf zelden genoeg om die te verhelpen. Dat kan zomaar leiden tot een diepgevoelde onmacht, depressieve gevoelens en daarmee verlamming.

Maar we laten het de pret niet drukken

Helpend is dat niet. Zowel niet voor het individu als voor de wereld. Dat brengt ons bij de andere kant; niet het engagement maar het entertainment. Je zou kunnen zeggen; niet het goede doen, maar het goed hebben. Dat lijkt een al te lichte wens in het licht van de problemen van deze tijd. Toch is het dat volgens mij niet. Allereerst als tegenwicht tegen de onmacht en verlamming zoals hierboven benoemd. Maar het gaat verder dan dat. Voor mij is het wezenlijk om ook plezier te maken, het goed te hebben met elkaar. Want wat is activisme waard als dit leidt tot een verhard en strijdend leven, zonder plezier? Voor je het weet komen we vanuit de intentie ‘het goede te doen’ terecht in een voortdurende strijd, die leidt tot verwijdering, onbegrip en verharding die het leven per saldo slechter maken in plaats van beter. Laat duidelijk zijn; ik doe hiermee geen pleidooi voor ‘als we het maar goed hebben met elkaar’. Ik bedoel dat het goed hebben met elkaar een wezenlijk onderdeel is van het goede doen.

Professioneel?

Het deed mij denken aan Weggeman die al in 2007 ‘plezier maken’ opnam als wezenlijk onderdeel van zijn definitie van professionaliteit. Hij stelt dat een professional allereerst iemand is die betrokken is en verantwoordelijkheid neemt voor het werk. Daarin zie ik ‘het goede doen’ terug. Dat vraagt ook om zelfreflectie en stil staan bij je eigen morele kompas, zoals Ruijters benadrukt in haar werk rondom goed werk en professionele identiteit (Ruijters, 2015, 2018). Zonder daarin terecht te komen in de moreel verheven (buiten) positie die Fransen zo raak benoemt met het zinnetje: ik heb een fascist vanbinnen.
In het tweede deel van zijn definitie van professionaliteit schrijft Weggeman letterlijk: “een betrokken en deskundige professional is iemand waaraan je regelmatig merkt dat hij plezier heeft in zijn werk” (Weggeman, 2007). Daarin herken ik de andere kant van het goed hebben. Waar Weggeman dit individueel beschrijft, ligt de essentie wat mij betreft juist ook in het gezamenlijk goed hebben. Het gaat niet om individuele lol, maar om verbondenheid en plezier binnen een gemeenschap.
Fransen besluit zijn voorstelling met een geweldig slotlied op jazzy melodie waarin hij het publiek zo ver krijgt om allemaal mee te zingen. De ene helft van de zaal zingt: ik heb een fascist van binnen en de ander kant van de zaal zingt: maar we laten het de pret niet drukken. Die dubbele boodschap blijft bij mij nog lang hangen en is wat mij betreft een mooi richtsnoer om ook in deze tijden het goede te blijven doen, én het goed te hebben met elkaar. Of anders gezegd; om professioneel te blijven handelen in een tijd waarin dat meer dan ooit nodig is.

Bronnen:
–              Fransen, T. (2025). Voorstelling ‘Onbekommerd’
–              Ruijters, M. (2015). Je Binnenste Buiten. Over professionele identiteit in organisaties. Deventer: vakmedianet
–              Ruijters, M. (2018). Queeste naar goed werk. Over krachtige professionals in een lerende organisatie. Deventer: vakmedianet
–              Weggeman, M. (2007). Leidinggeven aan professionals, niet doen!, p. 136 Schiedam: scriptum.