Sommige veranderbenaderingen leggen het accent op De Bedoeling. Die is dan zowel kompas als scheidsrechter voor al het doen en laten. Andere benaderingen pleiten ervoor de blik strak gericht te houden op de resultaten. En dan is het belangrijk om goede feedbacklussen te organiseren, zodat je steeds weet of je doel voldoende snel dichterbij komt. De meeste adviseurs zullen zeggen dat bedoeling en effect elkaar precies in evenwicht moeten houden. Als de bedoeling het wint van de effecten ervaren we frustratie en kunnen we er beter mee ophouden. En als de effecten hun bedoeling verliezen voelen we ons verloren. Dit en-en-pleidooi klinkt natuurlijk verstandig. Maar het is wat mij betreft niet het hele verhaal. Want wat het zwaarst weegt hangt ook af van de context. Laat ik wat voorbeelden geven om dit te illustreren.
Als je aan betrokkenen vraagt wat deze heidag voor hen waardevol zou maken, dan zijn de meeste antwoorden geformuleerd in termen van resultaten: betere werkprocessen, duidelijker afspraken, betere samenwerking, etc. De gedroomde resultaten zijn vaak zo ambitieus dat ik in antwoord hierop geneigd ben om het volgende te zeggen: ‘laten we elkaar vandaag vooral belonen voor onze intenties en niet voor de resultaten. Want in een setting zoals deze, waarin we het vooral moeten hebben van nieuwsgierigheid, leren van en met elkaar en reflectie, hebben we daar meer aan’.
Als er iets fout is gegaan, kijken we dan het resultaat of naar de intentie? De vrees bestaat dat iemand ‘er te makkelijk mee weg komt’ als je de intentie zwaarder te laten wegen dan het resultaat. Maar als fouten zijn om van te leren, is het effectiever om uit te gaan van goede intenties. Zo hebben ze in de luchtvaart bedacht dat iets dat mis is gegaan pas aangemerkt wordt als ‘een fout’, als iemand de overduidelijke intentie had om er zelf beter van te worden, in de wetenschap dat hij/zij daar anderen mee zou kunnen schaden. Al het andere is een vergissing.
In een conflict tussen twee professionals helpt het om hun botsing te beschouwen als een ongeluk, niet als een weloverwogen poging om elkaar te beschadigen. En om af te spreken dat ze elkaar af en toe de vraag stellen die ze elkaar tot dan toe nooit gesteld hadden: ‘wat is je goede bedoeling hiermee?’
Als we ons willen verzetten tegen systeemdwang in bijvoorbeeld het onderwijs of de zorg, dan vinden we meer houvast in onze intenties dan in zichtbare resultaten. We vullen onze intenties met verbeelding, creativiteit, moed en discipline. En ‘we doen hoop’, oftewel: we nemen de beslissing om vol te houden, zonder aanspraak te maken op resultaten.
Welk idee tekent zich af in deze voorbeelden? Ik doe een voorstel. Als we met elkaar vinden dat het doel haalbaar en plausibel is, dan is een resultaatgerichte, feedback-gestuurde manier van werken handig en verstandig. Maar als het doel om wat voor redenen dan ook moeilijk bereikbaar is, als er iets niet goed gegaan is of als we met elkaar in conflict zijn gekomen, dan hebben we meer aan onze intenties. Ruimte maken voor goede bedoelingen, ook als ze niet goed uitpakken, is de ingang voor een dialoog over intenties en effecten. Deze twee onderwerpen vragen ieder om een eigen grondhouding: een koel hoofd als het om effecten gaat en een warm hart waar het intenties betreft.
Vind je het leuk om met ons mee te puzzelen op vragen rondom de bedoeling? Op donderdag 27 november a.s. organiseert De Ambachtsschool ‘Voorbij de Bedoeling’, een vrolijke en leerzame dag waarop we vanuit allerlei verschillende invalshoeken ‘de Bedoeling’ belichten.
Meer informatie