Collega Joris Brenninkmeijer stuurde mij een krantenartikel door waarin een casus van sociale onveiligheid uitvoerig wordt beschreven. Het gaat over een school waarin onenigheid ontstaat tussen docenten over de te volgen koers. Dit escaleert verder en ontaard in een stevig issue in de samenwerking. Op enig moment wordt er melding gemaakt van grensoverschrijdend gedrag en dan…
Dat is precies het punt waarover ik het hier wil hebben. Want wat is dan een zinvolle interventie? Kies je op dat moment voor escaleren of de-escaleren? Lukt het om een snelle inschatting te maken van wat er echt speelt of is gedegen onderzoek nodig? Kies je voor het stimuleren van de dialoog tussen de betrokkenen of juist het stoppen van het gesprek? Cruciale, en lastige vragen die bepalend zijn voor het vervolg.
In het geval van deze school wordt er een onafhankelijk onderzoek gestart. Dat levert niet de gewenste helderheid op, waarna er opnieuw een onderzoek wordt gestart. Uiteindelijk blijkt dat er uit de onderzoeken komt dat er eigenlijk niet veel meer aan de hand was dan een samenwerkingsprobleem. Er is geen sprake van grensoverschrijdend gedrag, de drie docenten waar het om draait worden allemaal vrijgesproken. Helaas zijn de relaties dan al zo beschadigd dat de drie ontslag nemen en op zoek gaan naar ander werk.
Dit patroon is helaas herkenbaar uit mijn eigen praktijk. Zoals een klant laatst verzuchtte: “als wij maar lang genoeg bezig zijn met dat onderzoek, dan ontstaat er vanzelf grond voor een melding”. Anders gezegd: tijdens het onderzoek stopt de dialoog en wordt het vanzelf erger. Dat brengt mij bij het belangrijkste punt: pas op met onafhankelijk onderzoek als middel in situaties van sociale (on)veiligheid. Realiseer je dat onafhankelijk onderzoek een heftig middel is, dat in zichzelf ook veel schade doet. Het stopt namelijk de dialoog tussen betrokkenen. En dat is vaak waar het probleem eigenlijk ligt: in de dialoog (of het gebrek daaraan) tussen de betrokkenen. Zodra je onderzoek start stap je uit het frame van ‘er samen uitkomen’ en in het frame van ‘daders-slachtoffers’.
Natuurlijk is onafhankelijk onderzoek soms nodig en passend. Als er sprake is van grensoverschrijdend gedrag en er veel schade wordt gedaan, dan moet je daar grenzen aan stellen. Onafhankelijk onderzoek kan dan behulpzaam zijn om een passende strafmaat te bepalen.
Veel vaker zijn de situaties niet zo helder en eenduidig, en is het juist de vraag wat de grens is, en hoe je daar met elkaar mee wilt omgaan. Dat vraagt een dialoog over wat je met elkaar OK en niet OK vindt. Zo’n dialoog kan vaak sneller dan een heel onafhankelijk onderzoek, en voorkomt dat er ondertussen meer schade ontstaat. Bovendien houdt het de verantwoordelijkheid daar waar die hoort: bij de gehele groep of organisatie waarin het speelt. Want zoals Caroline Koetsenruijter en Hans van der Loo ook schrijven in hun boek ‘giftig gedoe op de werkplek’: het gaat niet om de rotte appel, maar om de hele mand. Verschuif de focus dus van de appel naar de mand, en kijk wat er nodig is voor de dialoog. De kernvraag is dus: wat is er nodig om de dialoog hier (weer) op gang te brengen over wat we met elkaar OK en niet OK vinden?