Odysseus en de Sirenen

Paul KloosterboerBlog

Volgens filosoof, psycholoog en cabaretier Tim Fransen is de werkelijkheid ons meestentijds te bar om aan te kijken. Hij baseert zich onder meer op Freud die schrijft: ‘Het leven zoals dat ons is opgelegd is te moeilijk voor ons. Het bezorgt ons te veel verdriet, teleurstellingen, en onoplosbare problemen. Wij kunnen het alleen verdragen met verzachtende middelen.’
Gelukkig heeft het brein daar iets op gevonden. We hebben systematisch de neiging onszelf en onze eigen peer group hoger aan te slaan dan anderen. We vinden onszelf socialer, intelligenter, schatten risico’s beter in dan anderen en denken beter te kunnen autorijden. Onderzoek leert echter dat depressieve mensen een adequater zelfbeeld hebben dan wij, ‘normale’ mensen. En ze kunnen ook nog realistischer plannen.

Kortom, we leven allemaal met een soort magisch zelfbeeld, wat impliciet of expliciet natuurlijk oordelen meebrengt over anderen, die het er volgens ons wat minder afbrengen. Vanuit overlevingsoogpunt uiterst functioneel overigens, deze eigenschap. Je wordt er daadwerkelijk gelukkiger van. Je immuunsysteem werkt er beter door en zo word je ook nog eens ouder. En het maakt het zeer verdedigbaar dat ik en de mijnen meer rechten hebben dan die andere sukkels.
In organisaties blijft deze eigenschap natuurlijk niet zonder gevolgen. Medewerkers en leidinggevenden koesteren hun positieve zelfbeelden en hun negatieve stereotypen over elkaar, net als de lijn en de staf of het hoofdkantoor en de regio.

Ons brein heeft, naast al dit selectieve waarnemen, nog een unieke kwaliteit om de onverdraaglijke realiteit te hanteren. Ter illustratie een vergelijking met een liefdesrelatie. Twee partners zijn dolverliefd en zien veel mooie eigenschappen in elkaar. Maar er komt sleet op de relatie en geleidelijk overschaduwen ergernissen het liefdesgeluk. Op dat moment komt een ‘derde’ in beeld. Wat is die knap en mooi! En wat is die lief! De gefrustreerde partner projecteert alles wat hij mist in zijn eigen relatie spiegelbeeldig positief op deze derde. Ooit gerealiseerd wat ‘prostituee’ betekent? Juist: ‘ervoor plaatsen’. We projecteren een magisch wensbeeld tussen onszelf en de naargeestige werkelijkheid. Dan hoeven we die werkelijkheid zelf niet meer aan te kijken. En hoeven we al helemaal niet te beseffen dat niet zozeer die ander is veranderd, als wel onze relatie met die ander. Oftewel, datgene wat we zelf mee-produceren.

Het oproepen van magische wensbeelden is ook een geliefde bezigheid onder leiders, volgens vele ambachtscollega’s met mij, zoals Joost Kampen en Odette Moeskops. Kijk maar naar de ‘stippen op de horizon’ om je heen: magische organiseermodellen om hardnekkige problemen te pareren. Bijvoorbeeld organisatie 2.0 of 3.0, ‘samen verder komen’, zelfsturing, lean, agile, scrum of ‘terug naar de bedoeling’. Met externe adviseurs om de verleiding te verpakken en verkopen. Zulke ‘oplossingen’ zijn vaak wensbeelden, spiegelbeeldig geprojecteerd vanuit de eigen onmacht. We plaatsen die tussen onszelf en de onverdraaglijke realiteit.
Erger, door hun magische aantrekkingskracht ontnemen deze projecties het zicht op de realiteit en wat daar echt aan de hand is. Bijvoorbeeld dat de leider zelf nog zeer verslaafd is aan zijn vertrouwde piramidale patronen. Hij is daar echter niet meer op aanspreekbaar. In plaats daarvan wordt de wereld verdeeld in de ‘constructieven’ die meegaan in het magische wensdenken van de leider en mensen met ‘weerstand’ die zo hun twijfels hebben. Deze realisten worden prompt aangemerkt als de ‘rotte plekken’ die de vernieuwing saboteren.

Zo’n scenario is voor leiders (en adviseurs!) erg aantrekkelijk, want we zijn hierin slechts onderdeel van de oplossing en niet van het probleem. Helaas kan het juist daarom alleen maar mislukken. Als dat dan na verloop van tijd gebeurt, rest er nog maar één uitweg: terug naar de klassieke ‘command & control’-modus.

Kan het dan niet anders? Tim Fransen oppert het gebruik van humor als alternatief. Niet om ertussen te plaatsen, af te leiden of om het ongemak weg te lachen. Maar om een troostrijke ruimte te scheppen die ons helpt herinneren aan onze eigen feilbaarheid en gebrekkigheid. Dat het leven een aaneenrijging is van prutsen, proberen en struikelen, gepermitteerd om te slagen én te mislukken.
Zo’n ruimte waar alles er mag zijn, wordt ook wel een container of holding space genoemd. Het staat voor alles dat zo’n veilige ruimte bevordert, zonder te vervallen in projecties, fantasieën, platte oordelen of compromissen. Adviseurs kunnen hierbij heel waardevol zijn, als ook zij hun verleidingen kunnen weerstaan, gelijk Odysseus de Sirenen.

Paul Kloosterboer