Logisch?

Op dit moment schrijf ik aan een nieuw artikel over het begrip ‘mind’ van Bateson. De vermaledijde Bateson noem ik hem inmiddels, omdat hij me in al mijn pogingen om hem te begrijpen toch steeds net ontglipt.

Terwijl ik mijn hoofd breek over zijn werk, breek ik ook het hoofd over wat er om me heen gebeurt. Er is reuring in de wereld. Waren we verenigd in een grote coronasaamhorigheid, die tijd is voorbij. We betwisten elkaar over of er eigenlijk wel of geen racisme is, of coronamaatregelen wel of niet nodig zijn, of de boeren nou wel of niet mogen dreigen zoals ze doen.

Neem de Black lives matter-beweging en de aandacht die daardoor ontstaat voor racisme. Wat ik zie, zijn vreedzame demonstraties van mensen die iets zichtbaar willen maken wat in onze maatschappij lang niet altijd of niet voor iedereen zichtbaar is. 

Wat ik er vervolgens over hoor, zijn twisten over of het er nou wel of niet is, of burgemeesters nou wel of niet goed gehandeld hebben, of tv-presentatoren of columnisten nou wel of niet grappen erover hadden mogen maken. En erger, als ik op bijvoorbeeld Twitter even uit mijn eigen bubbel kom, zie ik hoe mensen die zich uitspreken regelrechte haat over zich heenkrijgen. Echt, mensen, serieus?! Hoe kan dit? Waarom?

En dan dringt het onderscheid dat Bateson ooit maakte tussen de kaart en het gebied tot me door. We kennen Bateson van de logische niveaus. Die overigens niet van hem zijn, maar van Russell en Whitehead. Hij leende ze om een ordening van leerniveaus te maken, maar past ze breder toe dan dat. Logische niveaus zijn ordeningsniveaus, waarbij de regel is dat een niveau niet zichzelf kan omvatten. De verzameling die we stoelen noemen, is zelf geen stoel. De menukaart is iets anders dan de gerechten die er onderdeel vanuit maken. Met in dit voorbeeld als groot verschil bovendien dat je de menukaart niet kunt eten. Een hoger logisch niveau is als een commentaarpositie in een stadion. Het gaat nog steeds over voetbal, maar het is het niet.

Er begint iets te dagen in mijn hoofd. Bateson geeft een voorbeeld dat me helpt. Hij laat zien dat de uitspraak dat in liefde en oorlog alles geoorloofd is, wel geldt voor de oorlog of de liefde zelf, maar niet in de onderhandeling of het gesprek over oorlog of liefde. Als je met een witte vlag naar buiten loopt, dan hoort het spel van oorlog over te gaan in het spel van onderhandelen. Er gelden op dat niveau andere ethische regels dan in het conflict zelf. Het conflict is aan de gesprekstafel een ding van een andere orde geworden. Als je daarin vals speelt, is er dat juist veel minder geoorloofd.

Zou dat ook voor wat er op dit moment gebeurt op Twitter en in al die aangescherpte debatten kunnen gelden? Dat in de wereld van het commentaar andere wetten zouden moeten volgen dan in de echte wereld van demonstraties, laat staan de wereld waarvoor in die demonstraties aandacht gevraagd wordt? Omdat je het over een ander ding hebt? Of beter, omdat het ding iets anders symboliseert?

Ik kwam laatst een verhaal tegen van een moeder die haar zoontje en zijn vriendje, die ruzie hadden via WhatsApp, hun appjes aan de keukentafel aan elkaar liet voorlezen. Ze konden het niet. Omdat ze tegenover elkaar zaten. Want zo was het natuurlijk niet bedoeld. Op Whatsapp is het iets heel anders. Een mooi voorbeeld van hoe andere ethische gespreksregels gelden in het echte gesprek dan via het anoniemere WhatsApp, laat staan Twitter.

Racisme, om dat voorbeeld maar even vast te houden, is dan als onzichtbaar-aanwezig ingebakken verschijnsel in onze maatschappij van een andere orde, een ander logisch niveau, dan de mensen die er protesterend aandacht voor vragen en de mensen die daar weer op reageren. En dat is weer een ander logisch niveau, dan dat van de beschouwingen op Twitter en in de praatprogramma’s. En dat is weer van een ander logisch niveau dan mijn blog hier, waarin ik weer aandacht vraag voor wat er aan het gebeuren is.

Racisme wordt daarmee steeds een ander ding, op een andere tafel, waar andere spreek- en spelregels gelden. Het is een soort spiegelpaleis, waar elk naasthoger niveau racisme een stukje abstracter maakt. Waardoor het vraagstuk aan elke tafel steeds een beetje meer vertekent, en mensen zich dus steeds minder rekenschap hoeven geven van wat er met de echte mensen die het ervaren gebeurt. Omdat het in dat logische niveau niet meer om echte mensen gaat, maar om een verschijnsel, een mening over een verschijnsel, of een mening over de meningen van dat verschijnsel. Daarmee de mensen die er aandacht voor vragen in de kou zettend.

Op elk niveau hoort een ander type spreek- en spelregels. Het is een beetje als het debat over institutioneel racisme deze week in de Tweede Kamer waarin kamerleden elkaar voor allerlei lelijks uitscholden, waarmee in feite de ruzie op straat op hetzelfde niveau wordt voortgezet en het gesprek dus niets toevoegt voor het vraagstuk.

Bateson leerde ons ook dat als het om leren gaat, je het naasthogere logische niveau nodig hebt als het leerniveau eronder je niet meer helpt bij het vinden van oplossingen. Je kunt het probleem niet oplossen op het niveau waarop het zich voordoet. 

Maar in het racismedebat is het moeilijk leren van het naasthoger niveau, omdat zich daar herhaalt wat er op dat andere logische niveau al gebeurt. Waar is de tafel die ons helpt om dat te ontstijgen?

Leike van Oss