Koken als ambacht om van te leren

Een tijdje geleden kwam ik al zappend terecht in de zoveelste herhaling van Junior Masterchef Australia. Net als de volwassen variant een heel knap programma. De pret èn de spanning en strijdlust stralen ervan af. Die kinderen koken voor hun leven, en genieten er enorm van. Ze zijn blij voor elkaar als de ander wint. En enorm onder de indruk als blijkt dat ze hun taarten voor de minister president gebakken hebben (verrassing!).Als ze met hun bordje naar voren moeten, kijken ze nog even achterom naar hun duidelijk ontroerde ouders op de tribune (het waren nog de voorrondes, dan mogen de ouders er nog bij zijn). Maar het is bloedspannend en voor ‘t echie, want er krijgen maar zeven van de heel veel kinderen een schort.

Wat een verschil met Masterchef USA, waar ik liefst zo ver mogelijk vandaan blijf. Een show met veel glitter en geluid, veel vertoon van kracht en macht , en het brute gelijk van de jury. Teksten als ‘jij bepaalt niet wat lekker is, dat bepalen wij’ en ‘wij bezitten toprestaurants dus wij hebben gelijk’ vliegen daar over de bühne. Veel machtsvertoon en powertalk. Oké, dat is opzet en show, dat hoort erbij. Kan ik nog doorheen kijken.

Maar mensen worden er beledigd, badinerend toegesproken, non-verbaal afgeserveerd. En de kandidaten smeken er met veel show om een kans, gaan op de knieën voor de jury. Hoe harder ze afgewezen of beledigd worden, hoe meer drama ze uit de kast trekken. Dat had niks meer met eten, koken en smaak te maken. Het was smakeloos (en dat bij een eetprogramma…).

Masterchef USA pakt uit als een competitief programma waar mensen ten koste van elkaar proberen te winnen. Je kunt niet uit die sfeer stappen, want dan ben je kwetsbaar. Masterchef Australia pakt uit (zowel in zijn volwassen  als kindervariant) als een competitief programma waarin kandidaten proberen te winnen met hun gerechten, maar het de ander gunnen als dat gerecht beter is. Ook erkennen dat hun gerecht minder gelukt is, daar niet bozig van worden, maar zelf meekijken hoe ‘t anders en beter had gekund. Hier mag het goed gaan èn fout gaan.

Koken is wat dat betreft goed te vergelijken met leren en veranderen. Het kan namelijk op iets heel kleins gewoon mis gaan. Even niet opletten, net te veel van iets, net te weinig, net te kort, net te laat … Mislukt! Daar kun je elkaar op aanvallen en je kunt ervan leren. Wat Masterchef Australia laat zien, is dat daar plezier over hebben, vele malen leuker is dan plezier hebben over het feit dat de fout van de ander jou voordeel oplevert.

Ik moest er aan denken toen ik vandaag op weg was naar een team waar het de gewoonte is geworden om in je werk volstrekt een eigen lijn te trekken, fouten te negeren of er een ander de schuld van te geven en te schelden als iemand daar wat van zegt. De leidinggevende krijgt eenzelfde behandeling. Er is in dat team sprake van een vorm van negatieve competitie en die levert op dat incompetentie niet zichtbaar wordt. Niemand vind het er leuk en iedereen is chagrijnig.

Wat zou ik daar graag zeggen: ‘Jongens, het wordt echt leuker als je een beetje aardig bent en plezier hebt.’ Althans ik zou zo graag willen dat het hielp. Maar ik vrees dat er de situatie is ontstaan, die je ook ziet in Masterchef USA: je kunt niet meer terug, want dan ben je de enige kwetsbare in een wereld waar het recht van de sterkste geldt.

Positieve en stimulerende taal alleen is niet meer genoeg, werkt juist averechts. De toon gezet en de norm is hard geworden. Je kunt dat niet met een nieuwe toon keren. Niemand zet immers de eerste stap. Dus ga ik stappen met ze zetten, kleine ervaringen dat de wereld leuker kan.

Misschien moet ik Gary, George en Matt van Masterchef Australia uitnodigen om te helpen en met het hele spul een potje gaan koken? Ze schijnen volgend seizoen tijd te hebben.

Leike van Oss

(Dit is een bewerking van een blog uit 2014)