Intelligente enkel als vertrekpunt voor advieswerk

Gertjan SchuilingBlog

Theorie en modellen spelen een belangrijke rol bij het adviseren. Zowel om ordening aan te brengen in wat cliënten als vraagstuk voorleggen, als om het adviesproces te sturen. Theorie is echter niets waard zonder waarnemingen. En het bijzondere is dat je die waarnemingen niet opdoet als observator, maar als actor. Je verzamelt geen data zoals een wetenschapper, maar je observeert terwijl je handelt. Zoals Schein altijd zegt: diagnose en interventie zijn twee kanten van dezelfde medaille. Dit inzicht is een gouden medaille waard. Maar de aard van het waarnemen verdient verdere opheldering. Allereerst gaat het vooral om waarnemen van interacties tussen individuen, groepen en organisaties. Het gaat om relata, niet om data, zoals Mulder en Van den Bosch dat pregnant hebben geformuleerd. Hoe neem je relata waar? Door er deel van uit te maken: relaties aan te gaan met het cliëntsysteem en in die relaties te ervaren wat er speelt tussen de betrokkenen terwijl zij werken aan hun vraagstuk. De actieonderzoeker Hans van Beinum heeft daar 20 jaar geleden een prachtig artikel over gepubliceerd. Hij sprak van het ABX-systeem: de adviseur of actieonderzoeker (de A) ervaart alle emoties die onder de betrokkenen (de B’s) leven, zowel ten opzichte van het vraagstuk (de X) als ten opzichte van elkaar als ten opzichte van A. Mits hij/zij zich openstelt voor het ABX-werksysteem als een zich ontwikkelende realiteit en niet zijn model oplegt.
Het begint mij de laatste tijd duidelijk te worden dat het helpt een onderscheid te maken tussen emotie en gevoel. Advieservaringen en literatuur brengen me tot dat onderscheid.
Deze ervaring bijvoorbeeld.

Bij mijn eerste bezoek aan een nieuwe klant word ik bij de receptie door iemand opgehaald. Ik realiseer me dat hij niet de opdrachtgever is die me via email heeft uitgenodigd. Hij noemt zijn naam, maar niet zijn functie, en draait zich meteen om en gaat me met grote passen voor. Ik heb in die tijd last van mijn enkel en hink wat achter hem aan. Al gauw ontstaat een afstand van tien meter tussen ons. Ik voel me ongelukkig, de enkel doet pijn en de verwijdering is onbehaaglijk. Als hij even omkijkt, ziet hij de afstand, wacht even op me, en loopt dan weer in hetzelfde tempo van me weg. Mijn enkel weet uit ervaring dat versnellen slecht uitpakt en voelt daar niets voor. Bovendien weet de adviseur in mij dat ik hier een deel van het ABX-systeem in actie zie. De innerlijke adviseur maakt de aantekening dat deze persoon haast heeft en moeite heeft rekening te houden met het tempo van een ander. Hoe zou dat voor de andere B’s zijn? Het is mijn enkel die me hier opmerkzaam op maakt.

Het werd een gelukkige opdracht. Prima resultaat, op tijd en binnen budget, en met de wederzijdse voldoening dat oud zeer binnen het cliëntsysteem besproken en verwerkt was. Hierbij speelden emoties een rol. Ik kon buiten hun emoties blijven door me te oriënteren op mijn gevoel. Vandaar het belang van het onderscheid. Emoties zijn geïntensiveerde gevoelens, waar hartstocht bij komt kijken. Gevoel is veel elementairder, het is een waarneming vanuit een aanraking, vanuit contact.
Dit onderscheid brengt me op de literatuur. Alexander Kluge ziet gevoel als onderscheidingsvermogen. Hij wijst op het gevoel van de huid, die onderscheid maakt tussen warm en koud. En op het gevoel van onze mond, die de smaken zoet, zout, zuur en bitter onderscheidt. Dat zijn geen grote emoties. Dat zijn elementaire waarnemingen die kennis verschaffen over het object van de waarneming en over het effect dat dit ‘object’ op ons heeft. Eigenlijk is dit niet goed gezegd. Er is geen dualisme bij gevoel: gevoel gaat over het contact tussen subject en object, over de relatie, niet over twee entiteiten. Gevoelens liegen zelden, emoties kunnen de raarste capriolen uithalen. Het gevoel in mijn enkel gaf betrouwbare informatie over de nieuwe situatie en stuurde mijn aandacht tijdens het intakegesprek.
Daarbij gaat het ook om dosering. De mate van stevigheid waarmee we iets beetpakken doet ertoe. Als we iets te stevig vastgrijpen voelen we niet meer hoe het reageert op onze greep en leren we de eigenschappen ervan niet kennen. Bovendien raken we erg vermoeid.
Zo is ook adviseren zoeken naar de juiste maatverhouding tussen (nog) geen greep op een situatie hebben en er te veel greep op hebben. In beide extremen ontbreekt samenspel. Goed samenspel heeft een tussenruimte nodig waarin de eigenschappen van alle actoren mee kunnen doen en op elkaar in kunnen werken bij de aanpak van het vraagstuk. Dat aftasten van die tussenruimte doe je op gevoel. Zoals je ook een schroef op gevoel vastdraait: niet te los en niet te vast.

Gertjan Schuiling, 19 juni 2019.