Dingen maken

Omdat mijn vader bij de PTT werkte en dus een vaste baan als ambtenaar had en mijn moeder huisvrouw was, kwam ons gezin in aanmerking voor een adoptiekind. We hadden zogezegd de ideale papieren. Dat had ik, als enig kind en ‘potje-met-grote-oren’ goed onthouden. Dus toen ik op school moest vertellen wat mijn vader deed, zei ik dat mijn vader ambtenaar was. Wat bij thuiskomst een heel verkeerd antwoord bleek te zijn: ‘Kind, je vader is geen man die stukken schrijft en vergadert, hij maakt dingen! Je vader is uitvinder!’ En zo leerde ik dat dingen maken veel interessanter en knapper is dan stukken schrijven of praten, om vervolgens in een vak te belanden waarin veel gepraat en geschreven wordt en waarin relatief weinig dingen worden gemaakt. 

We maken modellen, vragenlijsten, werkvormen en spellen, maar daarmee heb je het dan wel zo ongeveer gehad. En dat is trouwens al moeilijk genoeg. Dat werd laatst weer eens hardhandig duidelijk tijdens een testbijeenkomst van een systeemspel-in-wording. Op papier zag het spel er logisch en leerzaam uit, tijdens de uitvoering was elke spelopdracht een jeu-de-boules-bal die na een welgemeende inspanning in het mulle zand plofte. Niets rolde door, niets stroomde en vrijwel niets bleek logisch of leerzaam. Wat in een interactieve workshop min of meer als vanzelf lijkt te werken, wordt niet zomaar een zichzelf dragend spel. Al die lokale, tijdelijke en via interactie tot stand gekomen fuzzy kennis van ons laat zich niet gemakkelijk omvormen tot bruikbare en elegante maaksels. Dat was maar weer eens gebleken.

Toch is dit niet uniek voor ons vak. Elke maker worstelt met het vertaalprobleem van complexe realiteit naar werkbaar instrumentarium. Iets maken vergt eindeloos onderzoek, creativiteit en precisie. Zo was mijn vader een groot deel van zijn werkende leven bezig met het bedenken en maken van een machine die handgeschreven cijfers kon lezen. Een onderscheid tussen een handgeschreven 1 en een 7 is voor de meeste mensen een eitje, maar het kostte bloed, zweed en tranen voordat een machine deze taak betrouwbaar kon uitvoeren. Toen de machine dit eenmaal kon, versloeg hij de ponstypiste in accuratesse en uithoudingsvermogen. Dat dan weer wel.

`Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dus probeer ik af en toe van kennis een maaksel te maken. Daarbij heb ik het geluk dat mijn man natuurkundige is en veel verstand heeft van artificiële intelligentie. En dat hij het leuk vindt om de puzzelen. Afgelopen zomer, tijdens een mooie wandeling, opperde hij een grandioos idee: ‘Als we nou eens proberen om een tool te maken van wat jij handmatig doet? Zodat mensen in een matrix de onderlinge relaties binnen een team kunnen invoeren en dat er dan zo’n mooi plaatje uitrolt? En dat je dan aan de hand van jouw analysevragen het netwerk methodisch kunt analyseren? En dat de analysetool ten slotte suggesties aanreikt voor interventies die bijdragen aan herstel van de onderlinge verhoudingen?’

Aangemoedigd door mijn enthousiasme is hij aan de slag gegaan met het ontwikkelen van een triade-tool. Een triade is een samenstelling van drie actoren die zich op een bepaalde manier tot elkaar verhouden: als vriend of als vijand. Met behulp van triades kun je netwerken analyseren en aangrijpingspunten voor interventies vinden. Bijvoorbeeld door je af te vragen:

  • tussen welke actoren de spanning het grootst is;
  • wie er allemaal opgesloten zitten in coalities en eigenlijk niet meer kunnen bewegen;
  • waar relaties ontbreken, daar waar je ze – functioneel gezien – wel zou verwachten; 
  • wie relatief het meest in het midden staat en nog het meest in staat is om te verbinden.

Met behulp van dit soort vragen maak ik relatietekeningen en bedenk ik interventies, op basis van een combinatie van vuistregels en intuïtie.

Inmiddels zijn we honderden uren verder en ben ik keer op keer uitgedaagd om mijn kennis zo precies mogelijk onder woorden te brengen. En steeds als ik dacht: ‘dat is glashelder’, was de reactie van mijn echtgenoot: ‘nou, dat is nogal vaag, daar kan ik nog niks mee’. Een visuele analyse van een eenvoudig relatienetwerk wordt in zijn taal een algoritme dat vele pagina’s in beslag neemt.

We zijn nu toe aan een volgende stap: ik voer eigen casuïstiek in, onderzoek wat de triade-tool mij aanreikt en leg dat naast dat wat ik in de praktijk heb gedaan en hoe dat is uitgepakt. Maar een goede test vergt natuurlijk een bredere opzet. Vandaar mijn vraag wie interesse heeft om mee te testen. 

Heb je een casus waarbij de relaties onder spanning stonden, had je voordat je een interventie pleegde zicht op de onderlinge relaties (ook net buiten de brandhaard) en heb je een interventie gedaan die ingreep op de onderlinge verhoudingen – zonder dat er iemand het veld hoefde te verlaten? In dat geval is je casus geschikt. Wil je je casus aanbieden als testmateriaal, stuur me dan een mailtje dat je belangstelling hebt om mee te doen. Vanzelfsprekend blijft al het materiaal vertrouwelijk. 

Inmiddels is mijn vader 88 jaar. Hij heeft geen idee wat het betekent om weerstanden hanteerbaar te maken. Hij soldeert ze met grote precisie op een soldeerplaat. 

Marijke Spanjersberg

marijke.spanjersberg@icloud.com