De kracht van een slotverklaring

Edwin KaatsBlog

De dwang van een slotverklaring kan de kracht uit de samenwerking halen. Met veel interesse heb ik het verloop van de klimaattop in Katowice gevolgd. Niet alleen vanuit een nieuwsgierigheid naar de maatregelen en afspraken die over zo’n belangrijk thema als klimaat worden gemaakt. Maar ook vanuit een fascinatie voor hoe we dit soort trajecten vorm geven. Niet alleen de top in Katowice zelf, maar ook de hele aanloop ernaartoe, de uitgangspunten die worden gehanteerd, werkvormen die men gebruikt, etcetera. Ik kan me daarbij niet aan de indruk onttrekken dat wat er op mondiaal niveau gebeurt soms niet zoveel verschilt van wat we in een veel kleinere context zien en doen. Hoe komen we met al die verschillende partijen tot een gezamenlijk resultaat? En wellicht belangrijker nog: hoe komen we in zo’n context tot actie en beweging?

Hoe logisch het ook klinkt, bij mij roept het aanschouwen van zo’n klimaattop toch de vraag op: waarom doen we het op die manier? Zie het maar als beroepsdeformatie, maar mij interesseert de vraag waarom al die landen elkaar tot het uiterste dwingen om tot een gezamenlijke slotverklaring te komen. Waarom willen ze tegen elke prijs tot consensus over een slottekst komen? Is dat een logische gang van zaken, zijn er wellicht alternatieven, op grond waarvan wegen we dat soort alternatieven, wie is gelegitimeerd om dat soort afwegingen te maken?
Leidt die zucht naar consensus en die focus op een slotverklaring niet tot verkeerde dynamiek, vraag ik me af. Dan zie ik een waterige slottekst voor me waar je niet meer tegen kunt zijn, met vage verwijzingen en holle beloften van een abstractieniveau die niets of niemand in beweging zet. Met grote volharding sluiten de partijen elkaar op om tot die gezamenlijke verklaring te komen. Ze zetten relaties onder druk om elkaar te vangen in een knellende omhelzing, die mogelijk alleen tot verstarring, vertraging en soms zelfs verwijdering leidt.

U voelt wel, achter mijn vraag gaat ook argwaan schuil. Die argwaan zit ‘m niet zozeer in het feit dát er overeenstemming wordt gezocht. Het is altijd prettig om de handen ineen te kunnen slaan, en hoezeer een overeenkomst ook wordt gezien als een afronding van een proces, feitelijk is een overeenkomst vooral een vertrekpunt om gecoördineerd te handelen; daar begint het pas. Mijn argwaan zit ‘m meer in de vraag of we overeenstemming zoeken over de juiste dingen, het juiste abstractieniveau en ook op het juiste moment.

Ik neem je graag mee in een alternatieve denkrichting. Stel, we richten ons wat minder op het zichtbaar maken van direct tastbaar resultaat maar op het creëren van voortgang en beweging. We ontwerpen een proces dat niet zozeer is geënt op het insluiten van de zwakke broeders en notoire achterblijvers, maar op het inspireren van mobiliseren van partijen en het aanmoedigen van nuttige initiatieven. We richten dat proces dan ook niet zozeer op de formele vertegenwoordigers, maar op de delen van hun achterbannen die zich met de klimaat opgave verbonden voelen. We laten ons in dat proces minder verleiden tot het politieke spel maar tot een constructieve dialoog. Kortom, een proces dat niet zozeer is afgestemd op overeenstemming maar op beweging.
Zouden we Katowice ook kunnen zien als een moment in de ontwikkeling van een mondiaal netwerk gericht op het mobiliseren van partijen om hun steentje bij te dragen aan het realiseren van vooruitgang in te men van klimaat en leefbaarheid? Klimaat en leefbaarheid is wat verbindt, en die verbinding mobiliseert partijen tot actie. Sommige acties zijn klein, anderen groot; er is geen drempelwaarde. Het netwerk sluit niet uit, ook kleine stappen worden aangemoedigd. We blijven met elkaar in gesprek. De vaststelling dat de partijen in verbinding staan is vanuit netwerkperspectief van belang, en ook betekenisvol.

Maar ‘verbinding’ garandeert nog geen actie, geen resultaten, zul je zeggen. Terecht. Dat ontstaat als verbinding wordt omgezet in actie, als er in het netwerk actiegerichte coalities worden gevormd, die werken aan maatregelen die een bijdrage leveren aan de opgave. Wanneer de coalities hun initiatieven serieus nemen en tot een goed einde brengen, biedt dat dan niet uitzicht op effectief meer resultaat? Als de resultaten van al die kleine en grote initiatieven worden gedeeld, en ook leidt tot adoptie door andere partijen, is er dan op gebied van klimaat niet veel meer leerpotentieel te ontwikkelen, en maken we dan per saldo niet veel grotere stappen? We richten ons vizier dan meer op actie, proces, leren en vooruitgang dan op akkoorden, onderhandelen, stolling en consolidatie. Levert dat feitelijk niet meer op? En zo bezien, haalt de dwang van een exclusieve slotverklaring juist niet de beweging uit de samenwerking?

Ik geef toe, het voelt contra intuïtief. Het voelt als loslaten om uiteindelijk meer resultaat te bereiken. Het voelt als investeren in relaties, zonder de zekerheid van actie en resultaat. Het voelt als consent, en de associatie met vrijblijvendheid is snel gelegd. Maar de opgave is groots, en vraagt wellicht andere benaderingen dan we gewend zijn. Deze denkexercitie is naar mijn smaak de moeite waard, al was het maar omdat de praktijk van veel netwerken daartoe aanleiding geeft.

Edwin Kaats